Mensenrechten college Utrecht 08/01/2026

Buiten is het koud, maar binnen in het Huis van Actief Burgerschap, in de bibliotheek aan het Neude, is het warm. Thee en koffie staan klaar, net als een dertigtal gele stoelen, hoog en laag. Langs de muren en ramen staan planten van het plantenasiel en liggen boeken over mensenrechten en onrecht. De mensen komen binnen voor het eerste mensenrechtencollege van het jaar. Het thema: Genocide, gekozen omdat op 27 januari de Holocaustherdenking is.

Alma Mustafić, mensenrechtenambassadeur van Utrecht, vertelt dat de avond draait om inzichten over genocide vanuit de wetenschap (Mustafić), beroepspraktijk (Jan Banning) en ervaring (Wahhab Hasso). Mustafić legt uit wat genocide betekent, waar het woord vandaan komt (met dank aan Raphael Lemkin) en wanneer het volgens het Genocideverdrag juridisch strafbaar is. Ze laat het genocideproces zien aan de hand van 11 stappen, wat altijd begint met ontmenselijking (classificatie, symbolisatie, discriminatie en dehumanisatie) en pas bij stap 9 (massamoord) strafbaar is.

Dan komt fotograaf Jan Banning aan het woord. Bij binnenkomst stond een slideshow op van zijn fotoserie Bloedbanden, waar hij slachtoffers en daders van de genocide in Rwanda fotografeerde, die verzoening hadden gevonden. Tijdens de genocide in Rwanda zijn in 100 dagen 800.000 tutsi’s (minderheid) en ook hutu’s vermoord door hutu’s (meerderheid). Kenmerkend en uitzonderlijk was de intimiteit van de daden. Buren, dorpsgenoten, soms familieleden keerden zich tegen bekenden en vermoordden hen met kapmessen. Nu dertig jaar later komen slachtoffers en daders samen. De daders zijn eerder berecht voor hun daden in dorpsrechtbanken, Gacaca’s, en leven nu weer zij aan zij met hun slachtoffers. De methode Mvura Nkuvure “ik heel jou, jij heelt mij” helpt hen naar elkaar te luisteren en elkaars menselijkheid te zien. Daders gaven antwoorden op vragen van slachtoffers, bijvoorbeeld over waar familieleden zijn begraven, en daders waren oprecht berouwvol. Dat zijn de belangrijkste elementen om deze verzoening te laten gebeuren. Bannings indrukwekkende foto’s zijn nu te zien in het Fotomuseum Hilversum en het boek Bloedbanden.

Als laatste komt Wahhab Hasso aan het woord. Hij behoort tot de jezidi’s, een etnische en religieuze minderheidsgroep uit Irak. Hasso vluchtte in 2012 met zijn familie naar Nederland. Twee jaar later, op 3 augustus 2014, begon de genocide op jezidi’s door IS. Hoewel de genocide internationaal wordt erkend, besteden de politiek en de media nauwelijks aandacht aan de aanhoudende slachtoffers. IS wordt gezien als een groep die verslagen is, en dus geen gruwelijkheden meer pleegt. Maar Hasso vertelt dat van de 7000 jezidi-vrouwen en -meisjes die in 2014 zijn ontvoerd, nog steeds 3000 worden vastgehouden door IS. “Ik sta op en zeg nooit meer. Ik zal een stem blijven geven aan een vergeten volk.”

Na drie indrukwekkende verhalen is er ruimte voor vragen. De eerste vraag luidt: “Wat kan je doen als mensen om je heen mensen als ‘de ander’ behandelen?” Banning geeft aan dat hij zich zorgen maakt om wat er in onze maatschappij gebeurt, maar wijdt verder niet uit waarom. Wel vertelt hij dat alle voorgaande genocides als een waarschuwing moeten dienen en dat je het gesprek over de processen moet blijven aangaan. Mustafić valt hem bij: “Spreek ze aan, ook als wegkijken makkelijker is. Wij zijn allemaal goed in overtuigd zijn van ons eigen gelijk. Blijf met anderen in gesprek gaan.”

Er volgen vragen specifiek over de genocide in Rwanda en op de jezidi’s. Een jonge man weet niet goed hoe hij zijn vraag moet formuleren, maar benoemt dat economische belangen vaak zwaarder lijken te wegen dan mensenrechten. Hoe moet je dan de juiste kant kiezen? Mustafić spreekt resoluut. “Als je aan de kant van mensenrechten staat, is het niet moeilijk om een kant te kiezen. Dat is de juiste kant, wat het je ook kost en wie de dader ook is.”

Aan het einde krijgt iedere deelnemer een boek, waarvan wordt gevraagd om het weer door te geven als je het uit hebt. Om te zorgen dat het onderwerp genocide bespreekbaar blijft en een groot publiek bereikt. De deelnemers kunnen kiezen uit drie boeken: Nacht – Elie Wiesel, J’accuse – 40 schrijvers voor Palestina en Bloedbanden – Jan Banning & Dick Wittenberg.

5 februari is het volgende mensenrechtencollege met als thema Migratie.